Koran

koran.jpg

Artikel 19 vers 16 t/m 34

16. En vermeld Maria in het Boek. Toen zij zich van haar volk terugtrok in een op het Oosten uitziende plaats, 17. En zich aan hem blikken onttrok, zonden Wij Onze Geest tot haar en hij verscheen aan haar in de gestalte van een volmaakte man. 18. Zij zeide: “Ik neem mijn toevlucht tot de Barmhartige tegen u, laat mij met rust, indien gij (God) vreest.” 19. Hij antwoordde: “Ik ben slechts een boodschapper van uw Heer opdat ik u een reine zoon moge schenken.” 20. Zij zeide: “Hoe kan ik een zoon ontvangen terwijl geen man mij heeft aangeraakt en ik evenmin onkuisheid heb bedreven?” 21. Hij zeide: “Het is zo naar uw Heer zegt, “het is gemakkelijk voor Mij,'” opdat Wij hem tot een teken voor de mensen maken, een genade Onzerzijds; het is een besloten zaak.” 22. En zij ontving hem en trok zich met hem terug in een ver afgelegen oord. 23. En de smarten der bevalling dreven haar naar de voet van een palmboom. Zij zeide: “O, liever zou ik vòòr dit geschiedde gestorven en in de vergetelheid geraakt zijn.” 24. Dan riep (Gods boodschapper) haar van beneden toe, zeggende: “Treur niet. Uw Heer heeft een beekje aan uw voet doen ontstaan;” 25. “En schud de stam van de palmboom naar u toe, deze zal verse, rijpe dadels op u doen neervallen;” 26. “Eet en drink en koel uw oog. En indien gij iemand ziet, beduid hem dan: “ik heb de Barmhartige gelofte gedaan te vasten; derhalve zal ik heden met niemand spreken.'” 27. Alsdan bracht zij het kind tot haar volk. Dit zeide: “O Maria, gij hebt iets vreemds gedaan.” 28. “O Zuster van Aäron, uw vader was geen verdorven man noch was uw moeder een onkuise vrouw.” 29. Dan wees zij naar het kind. Zij zeiden: “Hoe kunnen wij tot een wiegekind spreken?” 30. Hij (Jezus) zeide: “Ik ben een dienaar van Allah. Hij heeft mij het Boek gegeven en mij tot een profeet gemaakt;” 31. “Hij heeft mij gezegend waar ik mij ook moge bevinden; en heeft mij het gebed en het geven van aalmoezen zolang ik leef opgelegd.” 32. “En dat ik gehoorzaam zou zijn jegens mijn moeder. Hij heeft mij noch een onderdrukker, noch een slecht mens gemaakt.” 33. “Vrede was met mij op de dag mijner geboorte en zal met mij zijn op de dag van mijn dood en evenzo op de dag dat ik ten leven zal worden opgewekt.” 34. Aldus was Jezus, de zoon van Maria. En (dit is) het ware woord waaraan zij twijfelen.

 
nl/koran.txt · Laatst gewijzigd: 07-12-2016 17:10 (Externe bewerking)
 
Recent changes RSS feed Creative Commons License Donate Powered by PHP Valid XHTML 1.0 Valid CSS Driven by DokuWiki